Analyseperiode2
From Digitaal Erfgoed Nederland Wiki
Voor het vaststellen van DE BASIS voor de thema's Vervaardiging en Duurzaamheid worden de concept basiseisen besproken met een aantal geselecteerde erfgoedinstellingen. Doel van de gesprekken is om te bepalen of de voorgenomen uitbreiding van DE BASIS aansluit bij de praktijk van het digitaliseren bij de instellingen. Lees de uitnodigingsbrief voor meer informatie. De gesprekken werden in de periode september t/m december 2008 gevoerd. Van alle gesprekken is een afzonderlijk verslag gemaakt, in deze samenvatting worden de belangrijkste conclusies en waargenomen trends bijeengebracht.
Met de volgende instellingen werd gesproken:
- Brabant-collectie, Tilburg (verslag)
- DOK, Delft (verslag)
- Drents Archief, Assen (verslag)
- Fries Scheepvaartmuseum, Sneek (verslag)
- Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam (verslag)
- Limburgs Museum, Venlo (verslag)
- Museon, Den Haag (verslag)
- Rijksmuseum Twenthe, Enschede (verslag)
- Stadsarchief Sittard/Geleen, Born (verslag)
- Tresoar, Leeuwarden (verslag)
- Tropenmuseum/Koninklijk Instituut voor de Tropen, Amsterdam (verslag)
- Universiteitsbibliotheek, Leiden (verslag)
- Zeeuws Archief, Middelburg (verslag)
- Zeeuwse Bibliotheek, Middelburg (verslag)
Met deze instellingen is een open gesprek gevoerd, dat wil zeggen, niet via een vragenformulier. In dit gesprek is de huidige digitaliseringspraktijk van de erfgoedinstelling centraal genomen en zijn aan de hand daarvan de voorstellen voor DE BASIS voor vervaardiging en digitale duurzaamheid besproken. Aan het einde van het gesprek is gelegenheid geboden voor overige opmerkingen. De gesprekken duurden ca. 2 uur.
Algemene conclusies
- Alle geconsulteerde instellingen zijn zich bewust van het nut en de noodzaak van het gebruiken van standaarden. Het merendeel volgt de discussie over (nieuwe) standaarden, de website van DEN en in het bijzonder het ICT-register worden genoemd als belangrijke informatiemiddelen.
- Veel instellingen voelen zich afhankelijk van de software die zij gebruiken voor registratie en presentatie van digitaal erfgoed. Zij zijn van mening dat het voor de ondersteuning van standaarden de softwareleveranciers een belangrijke rol spelen.
- Er is een behoefte aan meer praktische informatie voor het maken van keuzes bij digitalisering, het toepassen van standaarden en het uitvoeren van digitaliseringsactiviteiten.
- Digitale duurzaamheid staat vooralsnog in de kinderschoenen. Iedereen blijkt inmiddels wel doordrongen van het belang. Slechts een beperkt aantal instellingen heeft inmiddels een duurzaamheidsplan of -paragraaf opgesteld. Wel nemen instellingen praktische maatregelen die een beperkte vorm van digitale duurzaamheid bevorderen.
Conclusies per thema
Beeld
- Het TIFF-formaat op een resolutie van 300 dpi blijft voor de meeste instellingen het voorkeursbestandsformaat.
- Meerdere instellingen onderzoeken de mogelijkheden van JPEG2000 als vervangend bestandsformaat voor het vigerende TIFF-formaat. Opslagcapaciteit is daarbij doorgaans het belangrijkste criterium.
- Meerdere instellingen hanteren JPEG als bestandsformaat voor masters afhankelijk van het soort object.
- Veel instellingen besteden de digitalisering van erfgoedobjecten uit, daarbij vertrouwend op de expertise van de dienstverlener. Meerdere instellingen blijken dan ook geen uitgebreide kwaliteitscontrole uit te voeren of richtlijnen mee te geven voor de digitalisering van erfgoedmateriaal. Belangrijke uitzondering is digitalisering in het kader van het Geheugen van Nederland of Metamorfoze, waarbij de voor deze projecten opgestelde richtlijnen worden gehanteerd.
- De gedetailleerde eisen voor kleurmanagement en het digitaliseringsproces overstijgen de praktijk van eigenlijk alle geïnterviewden.
Tekst
- Meerdere instellingen digitaliseren tekstmateriaal als beeldmateriaal.
- Van de instellingen die tekst ook in machineleesbare tekst omzetten heeft, met uitzondering van één instelling, iedereen daarvoor het XML-formaat gehanteerd. Het gebruik van XML-schema's wisselt per instelling en doel.
Geo-informatie
- Voor de meeste instellingen geldt dat zij op een of andere manier wel geo-informatie beheren, maar deze op uiteenlopende manieren hanteren.
- Het huidige voorstel wordt door alle instellingen beschouwd als te moeilijk en vooral bedoeld voor archeologen en historisch geografen; geen van de ondervraagde instellingen gebruikt zelf een GIS-applicatie.
- Er is behoefte onder de bevraagde instellingen aan richtlijnen voor de beschrijving en presentatie van informatie op bijvoorbeeld kaartapplicaties als Google Maps. Afgesproken is om dit onderdeel in te brengen bij de selectie van basiseisen voor Presentatie en Beschrijving.
Audiovisueel materiaal
- Slechts een klein aantal van de ondervraagde instellingen beheert een av-collectie en digitalisering daarvan is veelal onvolledig en primair gericht op conservering; deze instellingen hebben of overwegen een contract voor outsourcing aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. De belangrijkste reden die wordt aangedragen is dat instellingen niet over de specifieke expertise beschikken om een digitaal av-archief intern te onderhouden.
Digitale duurzaamheid
- Een enkeling is bekend met het OAIS-model en/of voert dit in de praktijk uit. Ook TRAC blijkt een grote onbekende.
- Meerdere instellingen zien duurzaamheid bij uitstek als een issue voor een gezamenlijke aanpak.
Overzicht praktijk
Op basis van de verslagen is in tabelvorm de huidige praktijk bij de bezochte instellingen geïnventariseerd op de verschillende onderdelen van DE BASIS voor vervaardiging en digitale duurzaamheid. Zo kan in één keer een totaalbeeld worden verkregen.

