Gebruiksscenario
From Digitaal Erfgoed Nederland Wiki
Een erfgoedinstelling digitaliseert een collectie als basis voor publicatie op de eigen website, een regionale portal, de Digitale Collectie Nederland en Google.
Contents |
Aanpak
De erfgoedinstelling registreert haar collecties en objecten in een collectiebeheersysteem (CBS). Bepaalde velden worden bij registratie uitgedrukt in de originele taal met de originele karakters van die taal, waaronder in (modern) Chinees. Dit is mogelijk omdat DE BASIS standaard voor tekstcodering UTF-8 de karakters kan coderen. Bovendien garandeert UTF-8 dat op oude apparaten of apparaten met beperkte mogelijkheden tenminste de belangrijkste karakters van de westerse tekenset (ASCII) correct getoond worden.
De instelling kent aan ieder object een identifier toe. Er wordt voor gezorgd dat de identifier uniek is binnen de instelling. De fysieke objecten dragen een dergelijk kenmerk bij zich. In een register wordt op basis van dit nummer de actuele standplaats van het object bijgehouden. De objecten kunnen altijd gevonden worden.
Bij het digitaliseren wordt van ieder object één of meerdere digitale reproductie('s) gemaakt. De afbeeldingen worden opgeslagen. Een register houdt op basis van de identificatie de actuele 'standplaats' van de digitale reproducties bij: de server, de map en de bestandsnaam. Omdat de server voorzien is van een webserver kunnen plaatjes via HTTP naar een browser of ander websysteem worden gestuurd.
De instelling heeft een OAI-module in beheer. Via deze module is elke collectie-item uit het collectiebeheersysteem beschikbaar als Dublin Core-record. De Dublin Core-records worden gegenereerd uit de collectie-items waarbij de instelling heeft aangegeven welke velden uit de interne collectieregistratie de 15 mogelijke elementen van Dublin Core voeden. Naast een Dublin Core-record beheert de OAI-module voor elke item ook de datum/tijd van de laatste wijzigingen en een unieke OAI-sleutel.
De OAI-module is verbonden aan internet via HTTP. Elke browser of andere server met een internetverbinding kan contact zoeken met de OAI-module door diens unieke hostname en/of IP-nummer. De OAI-module 'reageert' op verzoeken die voldoen aan DE BASIS-standaard voor het ophalen van digitale data: OAI-PMH. OAI levert gestandaardiseerde webdiensten voor de data uit de database en/of aanvullende meta informatie (zoals bijvoorbeeld de naam van de database). Voorbeelden van ondersteunde verzoeken zijn: geef het Dublin Core-record op basis van een gevraagde sleutel of geef alle Dublin Core-records die een tijdsaanduiding later dan gisteren. De reactie van de OAI-module is verpakt in DE BASIS-standaard voor gestructureerde data: XML en opnieuw verstuurd over HTTP.
Naast een OAI-module heeft de instelling ook een SRU-module als toegangpoort tussen het web en de collectie-informatie in het CBS. Via de SRU-module is elk collectie-item uit het CBS beschikbaar opnieuw als Dublin Core verpakt in XML. Via een willekeurige browser of andere server met een internetverbinding kan contact gezocht worden met de SRU-module. SRU is DE BASIS-standaard voor zoeken op afstand. Onderdeel van het SRU-protocol is de mogelijkheid om bij elke SRU-server de explain-informatie op te vragen. De bevrager krijgt in dit scenario dan in XML (dus machine-leesbaar) als antwoord dat collectie-items kunnen worden opgevraagd op basis van woorden uit de titel, naam vervaardiger, trefwoord en datering en dat Dublin Core als metadata-formaat wordt ondersteund.
Resultaat
De instelling heeft zelf een XSLT (Extensible Stylesheet Language Transformations) geprogrammeerd die de XML van de SRU explain-informatie vertaalt naar een zoekinterface met het actuele functionele aanbod van het CBS via SRU. Het SRU-zoekresultaat in XML bestaat uit collectie-items in het eigen niet-gestandaardiseerde metadata-formaat omdat daarin de meeste informatie kan worden opgenomen.
Het XML-zoekresultaat wordt opnieuw met XSLT vertaald naar HTML voor presentatie en functionaliteit op de website van de instelling. Het veld met de identifier wordt gepresenteerd als interactief element. Bij het laden van de webpagina wordt op basis van dit kenmerk het actuele webadres van bijbehorende digitale reproducties opgevraagd en in de pagina getoond. Is er geen digitale reproductie dan krijgt de gebruiker de mogelijkheid het object of een reproductie ervan aan te vragen.
Voor bepaalde pagina's in de website is het volledig zoekformulier vervangen door een directe SRU-opdracht met één tot alle parameters vast ingebed in de paginacode. Bij aanroep van dergelijke pagina's door bezoekers van de website wordt automatisch een actuele set van collectie-item(s) uit het CBS al dan niet met afbeeldingen gepresenteerd. In de presentatielaag van de website combineert de instelling SRU-functionaliteit van verschillende systemen. Zo worden zoekresultaten en overzichten uit het archief gepresenteerd met afbeeldingen uit de beelddatabank en elders plaatjes van objecten met contextinformatie uit digitale tentoonstellingsgids samengevoegd.
Vernieuwing
Op deze manier zijn de gebruikersdiensten van de instelling dynamisch, flexibel en makkelijk te onderhouden. Nieuwe datasets die met de voortschrijdende digitalisering beschikbaar komen zijn bij oplevering direct zichtbaar in de website. Recentelijk is de informatie uit het nieuw geïmplementeerde bezoekersinformatiesysteem vrij gemakkelijk in de bestaande website geïntegreerd. De op verzoek van de instelling toegevoegde zoekindex op techniek was ook direct door bezoekers te raadplegen en de nieuwe toeschrijving van de serie tekeningen op basis van recent onderzoek werd ook direct op de website zichtbaar.
De momenteel in ontwikkeling zijnde extra gebruikersdienst om een screensaver te kopen op basis van een collectie-item kan snel worden opgezet omdat er gebruik wordt gemaakt van dezelfde inhoud en beheersystemen als de website. De nieuwe vormgeving zal zodra het briefpapier binnen is via de stylesheets over alle webdiensten worden toegepast en voor volgend jaar heeft de instelling een hele website gepland compleet met Web 2.0-functionaliteit. Daar wordt momenteel aan gebouwd door de XSLT- en HTML-ontwikkelaars op basis van de documentatie van de huidige onderliggende infrastructuur.
Deelnemer erfgoedportal
De instelling gebruikt dezelfde opzet en geniet dus dezelfde voordelen om haar collectie-informatie ook te presenteren in de regionale erfgoedportal. Daar profiteert de instelling van het feit dat een gecombineerde presentatie van informatie van meerdere instellingen meer gebruikers aanspreekt. Bovendien genereert de organisatie rond de erfgoedportal meer publiciteit.
Een verschil met de presentatie op de eigen website is wel dat de instelling voor participatie in de erfgoedportal met de andere instellingen een gemeenschappelijk metadataformaat heeft moeten kiezen. Het formaat moest generiek genoeg zijn zodat alle instellingen er hun interne formaten op een aanvaardbare manier op konden mappen. Maar ook was een zo rijk mogelijk formaat gewenst om de bezoekers betekenisvolle informatie en functionaliteit te kunnen bieden. Ook was het nodig om de zoekfunctionaliteit van SRU onderling af te stemmen ten einde het bereik van een zoeken over collecties heen zo groot mogelijk te maken.
Geoogst
De instelling heeft haar collectie-informatie ook aangemeld in een landelijke erfgoedbrede portal. Deze dienst maakt gebruik van OAI en de beschrijvingsstandaard van DE BASIS: Dublin Core. In dat geval wordt de informatie over de collectie-items niet 'just-on-time' verzameld (zoals bij SRU) maar 'just-in-case'. De collectie-informatie wordt door de erfgoedportal opgevraagd en vervolgens opnieuw opgeslagen. In de zo ontstane centrale opslag (repository) wordt item-informatie van verschillende collecties en instellingen tot één collectie samengevoegd. Bovendien wordt door de erfgoedportaldienst data van verschillende bronnen in één record samengevoegd. Zo worden de Dublin Core-records met geografische data zoveel mogelijk verrijkt met een plaatsnaam afkomstig uit een geo-collectie en worden beschrijvingen toegevoegd voor de speciale webdossiers die het nationale erfgoedportal regelmatig inricht op het centrale repository.
Google-n
Een aansprekende meerwaarde voor de instelling is het hergebruik van de collectie-informatie door Google op basis van OAI. De OAI-toegang is door de instelling aangemeld bij Google en de Google-spider gebruikt de OAI-functionaliteit om alle item-informatie door te lopen en de metadata vindbaar te maken in Google Search. Indexering in Google is voor elke erfgoedinstelling een belangrijk instrument om nieuwe doelgroepen in aanraking te brengen met haar collectie.
Long tail
Bovenstaande hergebruik van collectie-informatie buiten de eigen instelling met behulp van OAI-PMH en/of SRU is voor de instelling meervoudig toepasbaar nu en in de toekomst. In principe kan dat zelfs zonder bemoeienis van de instelling zelf. Uiteraard houdt de instelling altijd de regie over waar, wanneer en waarvoor haar collectie-informatie wordt gebruikt. Dat doen ze door de vindbaarheid via OAI en SRU van collectie-informatie (velden of deelverzamelingen) voor externe partijen deels af te sluiten. Bovendien neemt de instelling soms voorwaarden voor hergebruik op in individuele iteminformatie of voor deelverzamelingen.
Belangrijk voor het overwinnen van aarzeling bij de directie van de instelling om collectie-informatie vindbaar te maken was het inzicht dat alleen de metadata buiten de instelling worden hergebruikt. Het erfgoed zelf (of digitale reproducties ervan) blijft binnen de instellingen zelf. De identificatie, een onderdeel van DE BASIS voor vindbaarheid, vormt de koppeling tussen de metadata en het collectie-item zelf. Om die koppeling werkend te krijgen publiceert de instelling haar unieke kenmerken voor collecties en items in de vorm van DE BASIS voor identificatie: URI. In URI is het kenmerk uitgebreid met een identificatie voor de beherende instelling en een identificatie dat aangeeft dat deze URI onderdeel uitmaakt van het schema voor identificatie van Nederlands erfgoed. Dit schema is internationaal geregistreerd en wordt ondersteund door een netwerk van servers (resolvers) die in staat zijn URI in een aantal stappen te 'vertalen' naar een geldige URL waar op dat moment het item behorende bij de URI te vinden is.
De URI biedt gebruikers van de meta-informatie waar dan ook een directe verbinding met het erfgoedobject of de collectie op de site van de instelling zelf. Het vindbaar maken van collectie-informatie draagt dus direct bij het verkeer naar de eigen website en het gebruik van het beheerde erfgoed.
Digitale Collectie Nederland
Feit is dat de instelling door (delen van) haar collecties vindbaar te maken voor hergebruik (onder voorwaarden) zich manifesteert als contentleverancier van (digitaal) erfgoed. Als lid van een breed netwerk van dergelijke contentleveranciers waarop een dynamische aanbod van commerciële en niet-commerciële diensten is gebouwd levert onze voorbeeldinstelling een concrete en publieksgerichte bijdrage aan de Digitale Collectie Nederland.

